De omgang tussen mensen en het lichamelijk contact bij het sporten laten zich niet tot in detail regelen zeker niet binnen de sport voor mensen met een handicap die dat lichamelijke contact soms alleen al nodig hebben als vorm van hulp.
“Mag ik een gehandicapte sporter dan niet meer aanraken?” hoor ik u als begeleider vragen. Worden de begeleiders meteen als zondebokken verklaard? Nee dat zeker niet. We moeten met elkaar voorkomen dat we de fout ingaan. Om dat te kunnen moeten we weten waar de grenzen liggen en welke risico’s er zijn. De gedragregels zijn vooral bedoeld om de veiligheid van de sporter te waarborgen en geven de begeleider van een sporter een richtlijn welk gedrag wel/niet is toegestaan. Bijvoorbeeld bij de uitoefening van sportactiviteiten.
Het naleven van de gedragsregels is de verantwoordelijkheid van de volwassen begeleider, niet van het kind of van degene die dat vanwege zijn beperking niet kan.
Hou je dus aan de 13 gedragsregels en zorg hiermee voor een betrokken en veilige sportsfeer!